Meer info over de Butia capitata
Hieronder vindt u meer info over één van de meest koude bestendige vederpalmen van de wereld.



Als we nog verder inzoomen (kaart 3), dan zie je 2 gebieden. Gebieden a en b, dit zijn grofweg de 2 gebieden waar de Butia capitata oorspronkelijk vandaan komt. Deze populaties leven afzonderlijk van elkaar en zijn misschien zelfs afzonderlijke soorten.
De Noordelijke populatie (a) komt grofweg voor in de staten Bahia, Goiás en Minas Gerais. Hier groeit de normaal bekende vorm van de Butia capitata.

De B. capitata wordt in het Engels vaak Jelly palm genoemd. Hij dankt deze naam aan het feit dat de dadels van deze palm verwerkt kunnen worden tot een lekkere jam. Ze kunnen ook zo gegeten worden en schijnen erg lekker te zijn. Als je eigen palm groot genoeg is zal deze ook dadels in Nederland kunnen produceren.
Op de foto onder is de mooie bloeiwijze te zien van de B. capitata.
De foto links toont mooi aan hoe de B capitata in het wild kan worden aangetroffen. Duizenden bij elkaar! Persoonlijk vindt ik dat een heel mooi plaatje, zoveel Butia's bij elkaar. De Butia capitata kan nogal verschillen in verschijningen. De kleur van de bladeren kan verschillen van licht- tot vrij donkergroen. En vaak hebben de wat donkere vormen ook een witachtige waslaag over de bladeren. Daar is echter wel veel zon voor nodig om die laag te behouden. Maar de B. capitata heeft zowieso een zo zonnig mogelijke standplaats nodig. Deze palm is een echte zonaanbidder! De grond waar deze palm in gepoot wordt, dient goed water door te laten. In de warme periode is het wel heel belangrijk dat deze palm rijkelijk van water voorzien wordt, dan is de groei ook veel beter!



